> Pilot MBO-verklaring

Pilot MBO-verklaring

Het kabinet is van plan om mbo-scholen de taak te geven om een mbo-verklaring uit te reiken aan alle studenten tot 23 jaar die geen diploma of startkwalificatie hebben. In de mbo-verklaring staan bijvoorbeeld de behaalde examenonderdelen, de praktijkverklaring en de overige resultaten die de student heeft behaald. Jongeren boven de 23 of met een startkwalificatie kunnen op verzoek een mbo-verklaring krijgen.

Met de verklaring kan een student, voor wie het nog niet haalbaar is de opleiding af te ronden, aantonen wat hij kan en zo starten op de arbeidsmarkt. Eventueel kan de student op een later moment herstarten met de opleiding en alsnog het diploma behalen. Met een pilot onderzoekt OCW met onderwijs en bedrijfsleven het testmodel.

Wetsvoorstel

In het regeerakkoord is afgesproken dat mbo-scholen aan studenten die hun diploma niet halen en het onderwijs verlaten, een bewijs meegeven van wat zij wel hebben gehaald. Het wetsvoorstel waarin dit wordt geregeld, is in juli aan de Tweede Kamer voorgelegd. Inmiddels heeft dit bewijs de naam mbo-verklaring gekregen.

De mbo-verklaring laat zien wat studenten wel kennen en kunnen, bijvoorbeeld door het vermelden van examens, examenonderdelen en/of de positieve referentie van een praktijkopleider van een leerbedrijf. Het is de bedoeling dat de mbo-verklaring daarmee behulpzaam is bij het solliciteren naar een baan of bij terugkeer naar het mbo. Het model voor de mbo-verklaring zal via een ministeriële regeling worden vastgelegd.

Om te toetsen of het ontwikkelde model voor de mbo-verklaring ook in de praktijk werkbaar is voor mbo-scholen en voldoende waarde heeft voor met name werkgevers op de arbeidsmarkt, is half maart 2019 een pilot gestart.

Er zijn 9 mbo-scholen die elk met een aantal opleidingen aan de pilot meedoen: Albeda, Alfa College en ROC Noorderpoort (gezamenlijk), Arcus College, Friesland College, ORGB Opleidingen, Regio College, ROC Flevoland en ROC Mondriaan. Zij testen het model op werkbaarheid en kijken bijvoorbeeld naar welke informatie zij al standaard uit hun (leerlingvolg-)systemen kunnen halen en wat eventueel aanvullend nodig is.

Ook kijken de pilotdeelnemers naar de beschikbaarheid van informatie over stages en de waardering van leerbedrijven over een student. Dit is informatie die gebruikt kan worden voor een praktijkverklaring. Daarvoor is een format beschikbaar dat ook wordt gebruikt in een andere pilot, de pilot praktijkleren met een praktijkverklaring.

Hutspot begeleidt de pilot mbo-verklaring en ondersteunt de pilotscholen die daar behoefte aan hebben bij de inrichting van processen. Er vindt daarnaast onderzoek plaats door KBA Nijmegen naar de werkzaamheid (o.a. oordeel leerbedrijven) van de mbo-verklaring.

Verschil tussen de pilot mbo-verklaring en de pilot praktijkleren

In de pilot mbo-verklaring worden mbo-verklaringen uitgereikt aan studenten die een diplomagerichte mbo-opleiding volgen en voortijdig uitvallen.

In de pilot praktijkleren met de praktijkverklaring in het mbo worden mbo-verklaringen uitgereikt aan werkenden of werkzoekenden die in de praktijk aan de slag gaan met onderdelen uit een mbo-kwalificatie. Welke onderdelen dat zijn is maatwerk en vooraf bepaald. Tot de doelgroep behoren volwassenen zonder startkwalificatie voor wie een mbo-diploma vooralsnog niet haalbaar is. Deze praktijkleerroute wordt alleen in de derde leerweg, dus niet bekostigd, aangeboden.

Stand van zaken juli 2019

De pilotscholen geven aan dat zij verwachten dat het waardevol is om een student die uitvalt iets mee te geven waaruit blijkt wat hij/zij wél kan en wat landelijk is erkend. De mbo-verklaring is een stimulans om met de student te kijken of ze nog iets kunnen afronden dat dan vermeld kan worden op de mbo-verklaring.

Omdat vooraf niet bekend is wie zal uitvallen, moeten scholen dus in principe voor alle studenten onder de 23 jaar zo veel mogelijk gegevens bijhouden en verzamelen. Dat blijkt nog best een uitdaging, vooral voor de informatie over stages en de bevindingen van praktijkopleider. Die informatie moet worden vastgelegd in een praktijkverklaring. Het verkrijgen van de handtekening van de praktijkopleider is een uitdaging en hetzelfde geldt voor de handtekening van de student, die nu in het model staan.

Met de pilotdeelnemers is tijdens een bijeenkomst in juni 2019 een eerste verkenning gedaan naar mogelijkheden om de verschillende onderdelen van de mbo-verklaring, waaronder de praktijkverklaring, werkbaar en werkzaam te houden. Die ideeën worden in de pilot verder verkend.

De pilot levert eind 2019 een advies op over de functionaliteit (werkbaar en werkzaam) van het model van de mbo-verklaring. Voor de pilot is een klankbordgroep ingericht met vertegenwoordigers van de MBO Raad, NRTO, JOB, SBB, VNO-NCW/MKB-Nederland, FNV en het ministerie van OCW.

Categorieën: 
Mbo